Onze school voert een zero tolerance beleid met betrekking tot pesten. We moedigen onze leerlingen aan om te praten over elke vorm van pestgedrag. Op onze school zijn de zorgcoördinator en de zorgleerkrachten het aanspreekpunt voor de leerlingen en ouders.
Daarnaast stellen we duidelijke afspraken op i.v.m. de sociale omgang en deze bekend te maken bij de leerlingen d.m.v. de zelfgemaakte posters (herstelmuur, klasafspraken). We behandelen ook elke melding en schakelen het LSC en/of het CLB in indien nodig.
Het verschil tussen pesten en plagen is niet altijd even duidelijk. Daarom hieronder een korte beschrijving van de belangrijkste verschillen:
Plagen is onschuldig, onbezonnen en spontaan, soms ook heel humoristisch, het is van korte duur en is meestal één tegen één. Iemand die plaagt heeft geen rechtstreekse negatieve bedoelingen.
Pesten daarentegen is beredeneerd (men weet vooraf wie, hoe en wanneer), bewust kwetsend of kleinerend en van lange duur. Vaak is het een groep tegen één kind. De pester heeft negatieve bedoelingen. Hij/zij wil pijn doen, vernielen of kwetsen.
Als je kind nooit over pesten vertelt, kan het toch gebeuren. Je merkt het wel eens aan andere dingen:
- Je kind gaat niet graag meer naar school.
- Je kind neemt zelden vrienden mee naar huis.
- De schoolresultaten worden slechter.
- Je kind klaagt over hoofd- of buikpijn.
- Je kind slaapt slecht of heeft nachtmerries.
- Je kind is verdrietig of heeft driftbuien.
- Je kind wordt agressief naar anderen.
We zetten in op sociale vaardigheden en werken aan een positief zelfbeeld op individueel- , klas- en schoolniveau. We willen dat onze kinderen opgroeien tot sociaal, weerbare volwassenen in deze snel ontwikkelende maatschappij.
· Omgekeerde oudercontacten (tweede week van september): de ouders bespreken hun kind met de klasleerkracht. Zo smeden we alvast een warme band.
· De gouden en zilveren weken: we werken telkens na een vakantie aan groepsvorming en duidelijke afspraken in elke klas.
· Gevoelens en behoeften: we leren hoe kinderen gevoelens en behoeften kunnen verwoorden zodat ze zich kunnen uiten.
· Het fluisterhuisje: kinderen kunnen zich afzonderen in het fluisterhuisje op de speelplaats om weer tot rust te komen.
· De vriendschapsbank: kinderen kunnen een ruzie uitpraten op de vriendschapsbank of aangeven dat ze op zoek zijn naar een speelkameraadje.
· Afname van het welbevinden: drie keer per schooljaar meten we het welbevinden van elk kind en volgen we dit nauwgezet op. Indien nodig ondernemen we (een) actie(s).
· De herstelmuur: dit is een zelfgemaakte klasposter waarop staat hoe kinderen ongewenst gedrag kunnen herstellen.
We proberen op een geweldloze manier problemen op te lossen. Als het gaat om een kleine ruzie tussen leerlingen, is het vaak mogelijk dat ze zelf aan elkaar duidelijk kunnen maken dat er een einde aan moet komen. Daarvoor kunnen ze het STOP stappenplan gebruiken.
1. STOP, hou daar mee op. Dit vind ik niet leuk.
2. Heb je mij niet begrepen? STOP, hou daar mee op, ik vind het niet fijn. We gaan naar de herstelmuur en lossen het probleem op.
3. Lukt dit niet, dan ga ik naar de juf/meester die toezicht heeft.
Bij jongere kinderen gaat het meestal niet over pesten maar eerder om plagen. Indien er zich toch pestgedrag voordoet, nemen we de volgende stappen. De ouders van de betrokken kinderen worden op de hoogte gebracht.
1. De klasleerkracht spreekt met het slachtoffer en komt eventueel via een spel en de kleurenmonsters te weten hoe het kind zich voelt.
2. De klasleerkracht spreekt met de pester en komt met hem/haar tot de reden waarom hij/zij pest.
3. De klasleerkracht voert een gesprek met de (twee) kinderen en komen zo samen tot een oplossing die voor beiden goed is. De kinderen praten hun conflict uit met de klasleerkracht erbij, aan de hand van de klasherstelmuur en/of gevoelskaarten.
4. De kinderen worden de komende tijd goed in de gaten gehouden (verhoogd toezicht op de speelplaats).
· Luister naar je kind en stel vragen.
· Zoek iets waarin je kind kan uitblinken, een sport bijvoorbeeld.
· Geef je kind vertrouwen dat er een einde komt aan het pesten.
· Laat je kind zijn/haar emoties verwerken door erover te praten, schrijven, tekenen, …
· Laat je kind weten dat hij/zij steeds bij u terecht kan wanneer er problemen zijn.
· Ga zo snel mogelijk met het probleem naar de klasleerkracht en bespreek dit samen. Ga zelf niet in gesprek met de pester, doe dit altijd via de klasleerkracht/zorgcoördinator.
· Hou je kind op de hoogte van de gemaakte afspraken met de school.